Op deze website is uitleg gegeven aan de wettelijke verdeling. Als voorbeeld werd het echtpaar Guido en Carola genoemd.

Hier volgt de uitwerking voor de erfbelasting berekenen van ons voorbeeld echtpaar:

Guido (61 jaar) is overleden. Hij was in de wettelijke gemeenschap van goederen getrouwd met Carola (60 jaar). Uit het huwelijk zijn drie kinderen geboren, Joris, Jasper en Simone. De huwelijksgoederengemeenschap bedraagt € 400.000. De nalatenschap bedraagt de helft hiervan € 200.000. Volgens het wettelijk erfrecht zijn Carola en de drie kinderen samen erfgenaam, ieder voor 1/4 deel. Volgens de wettelijke verdeling heeft Carola aan ieder kind wegens “overbedeling” een schuld aan de kinderen ter grootte van ieders erfdeel van € 50.000.  Ieder kind heeft dus een geldvordering op Carola van € 50.000 euro.
Over deze schuld aan de kinderen is Carola op grond van het wettelijk erfrecht 0% rente verschuldigd.
Bij de waardering van de geldvorderingen van de kinderen moet rekening worden gehouden met het feit dat de geldvorderingen pas opeisbaar zullen zijn na het overlijden van Carola. Carola heeft hierdoor het fictief vruchtgebruik van de geldvorderingen van de kinderen. De belastingdienst gaat bij de berekening van de waarde van de geldvorderingen uit van een waardedaling van de geldvorderingen, omdat Carola de zeggenschap en het gebruik over de geldvorderingen houdt.
De waarde die de belastingdienst aan de geldvorderingen toekent wordt de “contante waarde” genoemd.
De contante waarde van de geldvorderingen van de kinderen wordt bepaald aan de hand van de waarde van het fictieve vruchtgebruik van Carola. Hoe ouder Carola is, hoe minder het fictieve vruchtgebruik waard is, en hoe meer erfbelasting de kinderen verschuldigd zijn.

Omdat Carola en de kinderen niet weten dat zij binnen 8 maanden na het overlijden van Guido een andere rente mogen overeenkomen, wordt de contante waarde van de vorderingen van de kinderen berekend volgens de tabel die staat in artikel 5 Uitvoeringsregeling Successiewet.
Hier staat dat gezien de leeftijd van Carola (60 jaar) het fictief vruchtgebruik 60% bedraagt (= factor 10)
De contante waarde van de geldvorderingen van de kinderen bedragen 40% van de werkelijke waarde.
Ieder kind moet dus over € 20.000 afrekenen.
In dit voorbeeld valt de contante waarde van de geldvordering van de kinderen onder de vrijstelling voor kinderen.
Het fictief vruchtgebruik wordt bij de verkrijging van Carola geteld.
Zij verkrijgt volgens de fiscus haar erfdeel van € 50.000 + 3 x fictief vruchtgebruik van totaal  € 90.000 = € 140.000.
Dit bedrag valt onder de partnervrijstelling.

Stel dat Carola in dit voorbeeld geen 60 jaar maar 78 jaar geweest zou zijn, zou het fictief vruchtgebruik 30% bedragen (factor 5).
De contante waarde van de geldvorderingen van de kinderen zou dan 70% van de werkelijke bedragen. Ieder kind zou dan over € 35.000 moeten afrekenen.
Over de verkrijging van ieder kind is €. 1.485 erfbelasting verschuldigd. Omdat de kinderen geen geld ontvangen, is Carola verplicht om de erfbelasting voor de kinderen voor te schieten.
Het fictief vruchtgebruik wordt bij de verkrijging van Carola geteld.
Zij verkrijgt volgens de fiscus haar erfdeel van € 50.000 + 3 x fictief vruchtgebruik van totaal € 45.000 = 95.000.
Dit bedrag valt onder de partnervrijstelling.

Wél een rente afspraak gemaakt/rente in testament beschreven

Wordt er binnen 8 maanden na het overlijden van Guido wél een rente afgesproken door Simone en de kinderen, dan wordt de contante waarde vastgesteld conform een arrest van de Hoge Raad van 11 juli 1989, waarin een bepaalde formule is opgenomen om de contante waarde van de schuldig gebleven erfdelen kinderen te berekenen. Dat zou ook gelden als Guido in zijn testament een rentepercentage zou hebben vastgelegd.

De contante waarde is alleen van belang voor de berekening van de belasting bij het overlijden van de eerste partner.
De contante waarde is afhankelijk van het rentepercentage dat over de vorderingen verschuldigd is én de leeftijd van de langstlevende partner.

Het rente percentage kan in een testament bepaald worden of de erfgenamen mogen in onderling overleg zelf een rentepercentage overeenkomen.
Als de erfgenamen binnen 8 maanden na het overlijden een rente percentage kiezen, zal de fiscus hierin meegaan.

Conclusie: Hoe hoger de rente en hoe ouder de langstlevende partner, hoe lager de contante waarde is!