Bij een vruchtgebruik testament krijgt de langstlevende partner tijdens zijn leven het gratis gebruik van de goederen van de overledene en hij krijgt het recht op de “vruchten” (inkomsten) van de nalatenschap. Dit recht op vruchten kan van alles omvatten: rente, dividend, huuropbrengsten. Maar meestal wordt het vruchtgebruik van een woning gegeven. Dat wil dan zeggen dat de langstlevende gratis in de woning mag blijven wonen (afgezien van betalen van klein onderhoud en betalen van de opstalverzekering). De kinderen krijgen de bloot-eigendom van de nalatenschap of van de woning. Dat wil dus zeggen: een eigendom dat is belast met het recht van vruchtgebruik voor iemand anders.
Zie voor nadere uitleg: vruchtgebruik testament.

Op deze pagina wordt een casus uitgewerkt om te demonstreren hoe een vruchtgebruik testament voor de erfbelasting uitpakt:

Bob (69) en Inge (68) zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Uit het huwelijk zijn drie kinderen geboren: Pleuni,  Mariët en Lynn.
Bob en Inge hebben allebei een testament gemaakt waarin zij de drie kinderen tot hun erfgenamen benoemen. Let op: omdat zij de kinderen tot hun erfgenamen hebben benoemd, is de langstlevende (Bob of Inge) dus géén erfgenaam! De erfdelen van de kinderen zijn 1/3 deel per persoon (en niet 1/4 deel, zoals het geval zou zijn geweest als de langstlevende wél mede-erfgenaam zou zijn geweest).
De bedoeling is dus om de erfdelen van de kinderen maximaal groot te maken. Om de langstlevende van hun tweetjes toch goed verzorgd achter te laten, is aan de langstlevende (Bob of Inge dus), het vruchtgebruik van de hele nalatenschap gelegateerd.

Bob en Inge wonen in een huis dat 1.2 miljoen euro waard is (geen hypotheek). Verder is er geen noemenswaardig vermogen.
Inge komt te als eerste te overlijden. De nalatenschap van Inge bestaat uit de helft van de woning.
De waarde van haar nalatenschap bedraagt de helft de huwelijksgoederen gemeenschap van 1.2 miljoen, of:  600.000 euro.

Op grond van het vruchtgebruik testament dat Inge had gemaakt, krijgt Bob  het vruchtgebruik van de volledige nalatenschap.
Hij is al voor de helft eigenaar van de woning (want het echtpaar was in gemeenschap van goederen getrouwd). Hij krijgt nu het recht van vruchtgebruik van het deel van Inge (haar nalatenschap is haar aandeel in de woning).
Bob blijft (gratis = zonder betaling van huur) in het huis wonen.
De kinderen ontvangen de bloot-eigendom van de nalatenschap van hun moeder. Die bestaat uit het bloot-eigendom van ieder 1/3 deel van de nalatenschap van hun moeder.
Dat is voor ieder kind 1/6 deel van de woning.

Er moet worden afgerekend met de fiscus over de erfdelen die de kinderen verkrijgen. Zij erven de bloot-eigendom van de woning. De waarde van de bloot-eigendom is afhankelijk van de waarde van het vruchtgebruik.

Dus eerst moet de waarde van het vruchtgebruik worden uitgerekend.

De waarde van het vruchtgebruik van Bob is afhankelijk van de leeftijd van Bob ten tijden van het overlijden van Inge. Bob was 69 jaar oud toen Inge overleed.
Bij de leeftijd van Bob hoort factor 8. Dat betekent dat het vruchtgebruik 48% waard is:
Berekening : 8 x 6% x 600.000 euro = 288.000 euro. Hierover is Bob geen erfbelasting verschuldigd, want dit valt helemaal onder de partnervrijstelling.

Daarna kan de bloot-eigendom van de kinderen worden berekend.

De bloot-eigendom van de kinderen is: volle waarde van  600.000 euro minus waarde vruchtgebruik van 288.000 euro = 312.000 euro. Dit is de bloot-eigendomswaarde van de woning.
Ieder kind krijgt een waarde in de bloot-eigendom ter waarde van 1/3 deel of 104.000 euro.
De kinderen worden ieder belast voor een verkrijging van 104.000 euro. Ieder kind betaalt 8.244 euro erfbelasting. (de aanslag van de kinderen wordt door Bob betaald of liever gezegd, voorgeschoten, want de kinderen ontvangen zelf geen cent uit de nalatenschap van hun moeder).

Stel dat Bob 10 jaar later komt te overlijden. Bob is zuinig geweest en bovendien is de woning in waarde toegenomen. Op het moment van zijn overlijden is de woning 1.5 miljoen euro waard. De kinderen zijn met z’n drieën erfgenaam. Hoe ziet de nalatenschap van Bob er uit?
1/2 van de waarde van de woning van 1.5 miljoen = 750.000
(De andere 1/2 van de woning is al van de kinderen. Zij worden niet nog een keer belast over dit deel).
Dus: Ieder kind erft 1/3 deel van het deel van de woning dat van Bob was. Dat is 250.000 euro per kind. Hier is ieder kind een bedrag van 33.028 euro erfbelasting over verschuldigd.

Over de waarde aangroei van hun bloot-eigendom naar vol-eigendom (48% van het deel wat Bob in vruchtgebruik kreeg na het overlijden van Inge = 288.000 euro),  zijn de kinderen geen erfbelasting verschuldigd .
Zij zijn ook geen erfbelasting verschuldigd over de waarde toename van hun deel van de woning (1/2 van 300.000 euro = 150.000 euro).

In totaal wordt er door deze familie 123.816 euro erfbelasting betaald.

Als Bob en Inge geen vruchtgebruik testament zouden hebben gemaakt en de wettelijke verdeling zou van toepassing geweest zijn, met daarbij de normale vererving van ieder 1/4 deel, dan krijgen we een heel ander verhaal.
De langstlevende (Bob) zou dan dus wél erfgenaam geweest zijn. De kinderen ontvangen geen (bloot) eigendom, maar een geldvordering ter grootte van hun moederlijke erfdeel.
De volledige eigendom van de nalatenschap van Inge zou in z’n geheel naar Bob zijn gegaan en de kinderen zouden in de erfrechtelijke wachtkamer komen te zitten met een geldvordering van 1/4 deel in de nalatenschap van hun moeder Inge.
Er zou dan bij eerste overlijden per kind  “slechts”  5.644 euro erfbelasting verschuldigd zijn (de contante waarde van hun geldvordering zou 78.000 euro geweest zijn – bij een renteloze geldvordering).
Dat lijkt gunstig, MAAR bij het overlijden van de laatste ouder (Bob) zou ieder kind 53.028 euro erfbelasting hebben moeten betalen over een verkrijging van 350.000 per kind.
In totaal zou dan door deze  familie 176.016 euro erfbelasting zijn betaald….

Het vruchtgebruik testament heeft in dit geval een besparing opgeleverd van  52.200 euro!