Bij het overlijden van de eerste echtgenoot, ontvangen de kinderen een geldvordering op de langstlevende ouder. Als deze geldvordering geen rente draagt, dan blijft de geldvordering gedurende de loop van de tijd dezelfde waarde houden. De vordering houdt zijn nominale waarde. Bij het overlijden van de langstlevende ouder mogen de kinderen hun nominale geldvordering als schuld aftrekken, zodat zij niet twee maal erfbelasting over hun geldvordering hoeven te betalen.

Stel dat de geldvorderingen van de kinderen op de langstlevende ouder wel een rente dragen, dan groeit de waarde van de geldvordering ieder jaar. Aan het einde van de rit, als de langstlevende sterft, is de geldvordering groter geworden. De kinderen mogen dan hun geldvordering én de aangegroeide rente als schuld van de langstlevende ouder in aftrek brengen bij de aangifte erfbelasting. Als er een flinke periode tussen het overlijden van de eerst-stervende ouder en de langstlevende ouder zit, of als er een hoge rente is afgesproken, dan zullen de geldvorderingen behoorlijk toe kunnen nemen, waardoor het eigen vermogen van de langstlevende ouder zelfs uitgehold kan worden. Bij het overlijden van de langstlevende ouder kan op die manier heel wat erfbelasting worden bespaard.

De langstlevende ouder betaalt de rente op erfbelasting tijdens zijn leven overigens niet aan de kinderen uit. De rente wordt gewoon “bijgeschreven” op de geldvorderingen van de kinderen. De langstlevende ouder heeft dus helemaal geen last van een hoge rente.

In testamenten wordt vaak door de testateur al een rente bepaald. Vaak wordt de mogelijkheid gegeven aan de langstlevende echtgenoot en de kinderen om hier van af te wijken. Als er geen testament is, en de wettelijke verdeling van toepassing is, kunnen de langstlevende en de kinderen ook met elkaar een rente overeen komen.
In beide gevallen geldt dat de rente-afspraak binnen 8 maanden na het overlijden van de eerst-stervende moet worden gemaakt, want anders zal de belastingdienst de rente-afspraak niet volgen. Gebeurt dit wel binnen 8 maanden én wordt de rente-afspraak opgenomen in de aangifte erfbelasting, dan heeft de fiscus het beleid om de gemaakte rente afspraak te volgen.

Het is raadzaam op de rente pas na het overlijden pas definitief vast te stellen, want dan kan optimaal worden ingespeeld op de situatie. Vanuit het oogpunt op besparing van toekomstige erfbelasting kan het aantrekkelijk zijn om een zo hoog mogelijke rente over een te komen. Door de hoge oprenting wordt de besparing van erfbelasting bij het tweede overlijden geoptimaliseerd. Van belang is uiteraard ook het aantal jaren dat de langstlevende nog blijft leven en de groei van zijn/haar vermogen.

Let op: Loop niet te hard van stapel, want een hoge rente heeft ook invloed op de verschuldigde erfbelasting bij het eerste overlijden!

Door een hoge rente af te spreken wordt de verkrijging van de langstlevende lager. Het fictief vruchtgebruik verdwijnt naarmate de rente hoger wordt. Hierdoor kan de langstlevende niet meer optimaal profiteren van de partnervrijstelling. Een hoge rente heeft ook gevolgen voor de contante waarde van de geldvordering van de kinderen. Die wordt meer waard, waardoor de kinderen bij het eerste overlijden méér erfbelasting verschuldigd zouden zijn dan wanneer er een lage rente (of geen rente) verschuldigd zou zijn geweest. Vooral bij kleine of doorsnee nalatenschappen is het van belang om de rente goed te optimaliseren!

Ook moet men waken voor de fictiebepaling van artikel 9 SW. Dit artikel is opgenomen om een einde te maken aan de mogelijkheid om heffing van erfbelasting te ontlopen door een hoog rentepercentage af te spreken over erfrechtelijke vorderingen. Daarom is in artikel 9 SW bepaald dat de nalatenschap van de langstlevende niet verder kan worden verkleind dan met 6% samengestelde rente per jaar. Als blijkt dat bij het overlijden van de langstlevende in totaal een hogere rente dan 6% samengesteld is bijgeschreven op de geldvorderingen van de kinderen, dan wordt het bovenmatige deel van de rente als een erfrechtelijke verkrijging aangemerkt waarover de kinderen erfbelasting verschuldigd zijn. Voor een cijfermatige uitwerking zie: fictieve verkrijgingen.

Bij grotere nalatenschappen zullen de erfgenamen tegen de hoogste schijf (20%) worden belast. In dat geval zal met een hogere rente altijd een besparing van erfbelasting worden gerealiseerd, zonder dat het eerste overlijden “duurder” uitvalt.

Het  fiscale voordeel van een hoge rente op erfbelasting hangt af van:

  • het aantal jaren dat er tussen het overlijden van de eerste en de tweede ouder zit;
  • het rente percentage op de erfrechtelijke geldvorderingen van de kinderen;
  • de waarde van deze erfrechtelijke geldvorderingen (o.a afhankelijk van hoeveel kinderen er zijn);
  • de omvang en de groei van het vermogen van de langstlevende;
  • het huwelijksgoederen regime van de ouders: huwelijkse voorwaarden of gemeenschap van goederen.

Heb je vragen over de samenhang tussen de rente op de geldvorderingen van de kinderen en de hoogte van de erfbelasting? Wij leggen het graag voor je uit en maken de berekening voor je. Wij begrijpen dat het moeilijk kan zijn om tot een weloverwogen keuze te komen. Samen komen we er zeker uit!